1. Onder de naam “rioolheffing” wordt geheven een belasting van de gebruiker
van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke
riolering wordt afgevoerd.
2. Met betrekking tot de belasting als bedoeld in het eerste lid, wordt als
gebruiker aangemerkt:
a. degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet
krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;
b. ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als bedoeld in
artikel 4 – voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik
heeft afgestaan.