1. De belastingen moeten worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de
eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elke volgende
termijn steeds één maand later.
2. In afwijking van het eerste lid worden, indien het totaalbedrag van de op
één aanslagbiljet voorkomende aanslag dan wel de op één aanslagbiljet
verenigde aanslagen niet meer dan € 2.500,00 bedragen, de belastingen
betaald in acht gelijke termijnen als de verschuldigde bedragen door middel
van automatische incasso kunnen worden afgeschreven. De eerste termijn
vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de
dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elke volgende termijn steeds
één maand later.
3. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste en
tweede lid gestelde termijnen.
Artikel 9
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2012