1. Een ieder die bij aanvang van een belastingjaar houder is van één of meer
honden, is gehouden binnen veertien dagen daarna een verzoek in te dienen om
uitreiking van een aangiftebiljet, tenzij aan hem of haar reeds een
aangiftebiljet is uitgereikt of reeds een aanslag is opgelegd.
2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar ontstaat dan
wel het aantal honden dat door de belastingplichtige wordt gehouden
wijziging ondergaat, moet de belastingplichtige binnen veertien dagen na het
tijdstip waarop de belastingplicht is ontstaan of de wijziging van het
aantal honden heeft plaatsgevonden, bij de in artikel 231, tweede lid,
onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar schriftelijk om
uitreiking van een aangiftebiljet verzoeken.
3. De belastingplichtige aan wie niet binnen zes maanden na afloop van het
belastingjaar een aangiftebiljet is uitgereikt of een aanslag is opgelegd,
is gehouden binnen veertien dagen na afloop van die zes maanden bij de in
artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde
gemeenteambtenaar schriftelijk om uitreiking van een aangiftebiljet te
verzoeken.
Artikel 8
Aangifte
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2012