1. De rechten worden niet geheven voor het begraven van een stoffelijk
overschot van een doodgeboren of pasgeboren kind, dat tegelijk met dat van
het stoffelijk overschot van de moeder in één graf wordt begraven.
2. De rechten als bedoeld in hoofdstuk IV van de bij deze verordening
behorende tarieventabel worden niet geheven terzake van graven waarvan de
Oorlogsgravenstichting de rechthebbende is of van graven die bij de
Oorlogsgravenstichting in beheer zijn.