Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Forfaitaire berekening

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van een toeristenbelasting 2010

1.. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden. kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen. vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de plaatsing van eenzelfde kampeeermiddel gedurende een seizoen of een jaar; volgtijdige standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de volgtijdige plaatsing van verschillende kampeermiddelen; woning: een huis, een naar aard en inrichting vergelijkbaar ander onderkomen of een deel van een huis of een vergelijkbaar onderkomen; particulier: een natuurlijk persoon die buiten de uitoefening van een bedrijf of beroep gelegenheid biedt tot verlblijf; particulier verhuurde woning: een woning die door een particulier ter beschikking wordt gesteld voor het houden van verblijf met overnachting tegen een vergoeding in welke vorm dan ook. 2.. Voor kampeermiddelen en stacaravans op vaste standplaatsen kan het aantal overnachtingen op een bij de aangifte gedaan verzoek van de belastingplichtige forfaitair worden vastgesteld. 3.. Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot: mobiele kampeermiddelen en stacaravans op vaste standplaatsen bepaald op: 2,5 personen indien het aantal slaapplaatsen drie of minder bedraagt; 4 personen indien het aantal slaapplaatsen meer dan drie bedraagt; 4.. Het aantal malen dat door de in het derde lid bedoelde personen is overnacht wordt ingeval verblijf wordt gehouden op vaste standplaatsen, welke geschikt zijn voor gebruik of slechts gebruikt mogen worden gedurende een periode van: ten hoogste drie maanden bepaald op 35; meer dan drie doch ten hoogste zes maanden bepaald op 50; meer dan zes doch ten hoogste negen maanden bepaald op 60; meer dan negen doch ten hoogste twaalf maanden bepaald op 70.

Rechtspraak bij dit artikel