De reclamebelasting wordt niet geheven ter zake van openbare aankondigingen:
die kunnen worden aangemerkt als algemene bewegwijzering waarmee een algemeen belang wordt gediend;
die door of in opdracht van de gemeente zijn aangebracht, indien en voor zover de openbare aankondiging geschiedt ter uitvoering van een publiekrechtelijke taak;
die door (semi-)overheden of culturele, maatschappelijke of daarmee gelijk te stellen lichamen met ideële doelstellingen zijn aangebracht en betrekking hebben op activiteiten die een cultureel, maatschappelijk, charitatief of ideëel belang dienen;
op zuilen, borden, muren of andere constructies, aangewezen door het bevoegde bestuursorgaan;
aangebracht op een voertuig, tenzij dat kennelijk is bestemd voor het voeren van reclame;
aangebracht op of bij bouwterreinen, voor zover deze rechtstreeks betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering zijnde bouwwerkzaamheden;
betrekking hebbend op openbare verkoping, verkoop of verhuur van een onroerende zaak, indien deze aanwezig zijn in de onmiddellijke aanwezigheid van de te verkopen dan wel te verhuren zaak;
met uitsluitend naamsvermeldingen en/of openingstijden met een gezamenlijke oppervlakte van minder dan 0,20 m² ;
betreffende niet tot reclame dienende aanwijzingen voor het publiek op brievenbussen, postzegelautomaten en telefooncellen;
waarvoor op grond van een privaatrechtelijke overeenkomst betaling aan de gemeente moet geschieden of een vergoeding aan de gemeente verschuldigd is.
Artikel 5
– Vrijstellingen
Onderdeel van nr 04.23 Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2010