In afwijking van het bepaalde in artikel 2.4.1 en onverminderd het
bepaalde in artikel 2.4, onder d, van de Regeling omgevingsrecht, kan
het bevoegd gezag voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor
het bouwen in het geval zij op grond van het in het Besluit
indieningsvereisten bedoelde onderzoeksrapport en/of andere bij hen
bekende onderzoeksresultaten dan wel op grond van het overeenkomstig het
tweede lid van artikel 39 van de Wet bodembescherming goedgekeurde
saneringsplan, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, van oordeel
zijn dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel maar door het
stellen van voorwaarden alsnog geschikt kan worden gemaakt.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 4
Artikel 2.4.2
Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen
Onderdeel van Bouwverordening 2003, bijgewerkt tot en met de 6e wijziging