1. Aanspraak op de verstrekkingen genoemd in de artikelen 2, 3 en 4 bestaat wanneer
a. het netto besteedbaar inkomen niet hoger is dan 110% van de van toepassing zijnde norm ingevolge de Wet werk en bijstand, met inachtneming van de Toeslagenverordening Wet werk en bijstand gemeente Doetinchem 2011,
b.het vermogen niet hoger is dan de bedragen genoemd in artikel 34 lid 3 van de Wet werk en bijstand.
Het inkomen wordt vastgesteld door het netto inkomen in de maand van aanvraag te verhogen met:
het netto vakantiegeld;
de ontvangen alimentatie;
de maandelijks van de overheid ontvangen bijdrage voor de eigen woning, huurtoeslag of vergelijkbare geldelijke regeling;
en vervolgens te verlagen met:
de kale huur, dan wel de betaalde hypotheekrente;
de betaalde alimentatie;
de zelf betaalde premie voor de basisverzekering;
de van toepassing zijnde vrijlatingen.
Het vermogen wordt vastgesteld door de som van alle tegoeden op de betaal- en spaarrekeningen van alle tot het huishouden behorende bloed- en aanverwanten in de eerste graad.
Artikel 6
Inkomens- en vermogensgrenzen
Onderdeel van Verordening meedoenregeling gemeente Doetinchem 2012