**1..** De hoogte van de langdurigheidstoeslag is afhankelijk van de gezinssituatie op de peildatum.
**2..** De toeslag bedraagt per jaar:
voor een alleenstaande € 361,00;
voor een alleenstaande ouder € 462,00;
voor een gezin € 513,00.
**3..** Bij een gezin waarvan slechts twee gezinsleden aan het leeftijdscriterium als bedoeld in artikel 2, eerste lid van deze verordening voldoen en één van deze twee gezinsleden op de peildatum is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13, eerste lid van de wet komt het rechthebbende gezinslid in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem of haar als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.
**4..** Aan een gezin dat voldoet aan de voorwaarden van artikel 2, maar waarvan slechts een gezinslid voldoet aan het leeftijdscriterium en het andere gezinslid een leeftijd heeft van 18 t/m 20 jaar of ouder is dan 65 jaar, wordt de toeslag voor een alleenstaande ouder betaald.
**5..** De in het tweede lid genoemde bedragen worden elk jaar per 1 januari aangepast met het percentage waarmee het minimumloon ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar is gestegen, naar boven afgerond op hele euro’s.