Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1:

Artikel 8

Artikel 8

Onderdeel van Leidingenverordening Lopik 2012

1.. Het college kan voorschriften en beperkingen stellen omtrent het tijdstip, de plaats en de wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en opruiming van leidingen, het bevorderen van medegebruik van voorzieningen en het afstemmen van de voorgenomen werkzaamheden met beheerders van overige in de grond aanwezige werken, alsook over de afmeting van kasten, handholes en andere toebehoren, behorende bij een leidingennetwerk en de bescherming van andere zaken dan het onderhavige werk. 2.. De nadere regels bedoeld in het eerste lid kunnen betrekking hebben op: De bescherming van de openbare orde; De bescherming van de bodem; De bescherming van de volksgezondheid; De voorkoming van gevaar, schade of hinder; De verkeersveiligheid en goede doorstroming van het verkeer; Het verschaffen van nadere informatie; De bescherming en ongestoorde exploitatie van naburige leidingen; De afstemming met andere werken; De verzekering van de toestand waarin het tracé na voltooiing van het werk moet worden opgeleverd; Het behoud van de integriteit van de leiding; De bepaling van het tijdstip waarop de feitelijke werkzaamheden aan de leiding mogen of moeten beginnen; Het tijdschema voor de aanleg, wijziging of verwijdering van de leiding; De bepaling van onderhoudsverplichtingen; Het tracé waar de leiding moet worden gelegd en gehouden. 3.. Het college kan met het oog op de belangen bedoeld in het tweede lid een verleende vergunning wijzigen. 4.. Met de werkzaamheden moet binnen zes maanden na de in de vergunning opgenomen datum van aanvang van de werkzaamheden zijn gestart. De werkzaamheden moeten zijn voltooid binnen zes maanden na de feitelijke aanvang van de werkzaamheden. Het college kan in de vergunning ruimere termijnen opnemen. 5.. Indien binnen vijf jaar na groot onderhoud of herinrichting van de openbare gronden de leidingexploitant werkzaamheden moet uitvoeren, verlangt het college specifiek schadeherstel. De hiermee gepaard gaande kosten zijn voor rekening van de leidingexploitant. 6.. Indien de aanbieder werkzaamheden moet uitvoeren in bijzondere bestrating, verlangt het college specifiek schadeherstel. 7.. Het college kan de vergunning onverminderd het bepaalde in het derde lid, wijzigen of intrekken, indien: De leidingexploitant de exploitatie en het onderhoud van de leiding gedurende een aaneengesloten periode van ten minste zes maanden staakt dan wel de leiding anderszins gedurende een periode van ten minste zes maanden niet in gebruik is en niet onderhouden is; Blijkt dat de vergunning op basis van onjuiste of onvolledige gegevens is verleend; De vergunning in strijd met enig wettelijk voorschrift is afgegeven; De leidingexploitant het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de vergunningvoorschriften niet naleeft; Na het verlenen van de vergunning naar het oordeel van het college gegronde aanleiding bestaat te veronderstellen dat het van kracht blijven van de vergunning onaanvaardbare schadelijke gevolgen heeft voor mens, natuur of milieu en hieraan door het stellen van nadere voorschriften en beperkingen aan de verleende vergunning niet kan worden tegemoetgekomen; Dit noodzakelijk is vanwege de uitvoering van werken.

Rechtspraak bij dit artikel