**1..** Het college kan voorschriften en beperkingen stellen omtrent het
tijdstip, de plaats en de wijze van uitvoering bij aanleg,
onderhoud, verplaatsing en opruiming van leidingen, het bevorderen
van medegebruik van voorzieningen en het afstemmen van de
voorgenomen werkzaamheden met beheerders van overige in de grond
aanwezige werken, alsook over de afmeting van kasten, handholes en
andere toebehoren, behorende bij een leidingennetwerk en de
bescherming van andere zaken dan het onderhavige werk.
**2..** De nadere regels bedoeld in het eerste lid kunnen betrekking hebben
op:
De bescherming van de openbare orde;
De bescherming van de bodem;
De bescherming van de volksgezondheid;
De voorkoming van gevaar, schade of hinder;
De verkeersveiligheid en goede doorstroming van het
verkeer;
Het verschaffen van nadere informatie;
De bescherming en ongestoorde exploitatie van naburige
leidingen;
De afstemming met andere werken;
De verzekering van de toestand waarin het tracé na
voltooiing van het werk moet worden opgeleverd;
Het behoud van de integriteit van de leiding;
De bepaling van het tijdstip waarop de feitelijke
werkzaamheden aan de leiding mogen of moeten beginnen;
Het tijdschema voor de aanleg, wijziging of verwijdering van
de leiding;
De bepaling van onderhoudsverplichtingen;
Het tracé waar de leiding moet worden gelegd en
gehouden.
**3..** Het college kan met het oog op de belangen bedoeld in het tweede lid
een verleende vergunning wijzigen.
**4..** Met de werkzaamheden moet binnen zes maanden na de in de vergunning
opgenomen datum van aanvang van de werkzaamheden zijn gestart. De
werkzaamheden moeten zijn voltooid binnen zes maanden na de
feitelijke aanvang van de werkzaamheden. Het college kan in de
vergunning ruimere termijnen opnemen.
**5..** Indien binnen vijf jaar na groot onderhoud of herinrichting van de
openbare gronden de leidingexploitant werkzaamheden moet uitvoeren,
verlangt het college specifiek schadeherstel. De hiermee gepaard
gaande kosten zijn voor rekening van de leidingexploitant.
**6..** Indien de aanbieder werkzaamheden moet uitvoeren in bijzondere
bestrating, verlangt het college specifiek schadeherstel.
**7..** Het college kan de vergunning onverminderd het bepaalde in het derde
lid, wijzigen of intrekken, indien:
De leidingexploitant de exploitatie en het onderhoud van de
leiding gedurende een aaneengesloten periode van ten minste
zes maanden staakt dan wel de leiding anderszins gedurende
een periode van ten minste zes maanden niet in gebruik is en
niet onderhouden is;
Blijkt dat de vergunning op basis van onjuiste of
onvolledige gegevens is verleend;
De vergunning in strijd met enig wettelijk voorschrift is
afgegeven;
De leidingexploitant het bepaalde bij of krachtens deze
verordening of de vergunningvoorschriften niet naleeft;
Na het verlenen van de vergunning naar het oordeel van het
college gegronde aanleiding bestaat te veronderstellen dat
het van kracht blijven van de vergunning onaanvaardbare
schadelijke gevolgen heeft voor mens, natuur of milieu en
hieraan door het stellen van nadere voorschriften en
beperkingen aan de verleende vergunning niet kan worden
tegemoetgekomen;
Dit noodzakelijk is vanwege de uitvoering van werken.