Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1:

Artikel 9

Subsidiecriteria

Onderdeel van Algemene subsidieverordening gemeente Beuningen 2002

Een aanvrager komt niet in aanmerking voor subsidie indien: e activiteiten van de aanvrager, waarvoor hij subsidie aanvraagt, niet behoren tot de gemeentelijke (mede-) verantwoordelijkheid. an de activiteiten onvoldoende plaatselijke behoefte bestaat, zodanig dat direct of op termijn geen verantwoord lokaal effect te verwachten is, waardoor het belang van de gemeente Beuningen en/of haar inwoners onvoldoende wordt gediend. e aanvrager zijn activiteiten in hoofdzaak op zuiver politieke, commerciële of godsdienstige gronden ontplooit. n Beuningen reeds in voldoende mate direct of indirect wordt voorzien in identieke activiteiten. e activiteiten niet voor iedere inwoner van Beuningen, behorende tot de doelgroep waarop de activiteiten gericht zijn, toegankelijk zijn. de activiteiten buiten Beuningen plaatsvinden, tenzij zulks op grond van de aard van de activiteiten gerechtvaardigd is en van de aanvrager niet verwacht mag worden dat hij de activiteiten in Beuningen verricht. 7. de activiteiten een zodanig breed regionaal en/of landelijk bereik hebben, dat de gevraagde subsidie in financieel opzicht slechts een solidair karakter heeft, tenzij met de subsidieverlening wordt beoogd een bepaald politiek gevoelen kenbaar te maken. 8. het in geval van een regionaal/landelijk werkzame aanvrager belangenbehartiging betreft van één of meer lokale door de gemeente gesubsidieerde activiteiten. 9. door de aanvrager een zodanige werkwijze wordt toegepast dat redelijkerwijs kan worden verwacht dat de beoogde doelstelling(en) niet kan / kunnen worden bereikt en de medezeggenschap (voor zover van toepassing van de betrokkenen) niet is gewaarborgd. 10. de aanvrager niet beschikt over bestuurlijke en/of andere leiding die voldoende waarborgen biedt ten aanzien van de deskundigheid en bekwaamheid met betrekking tot de te verrichten activiteiten en te bereiken doeleinden. 11. de aanvrager niet over de benodigde middelen beschikt, met inbegrip van de te verlenen subsidie, om de activiteiten te organiseren. 12. de aanvrager op eigen kracht aan de benodigde financiële middelen kan komen, zonder daarbij een onredelijk beroep te doen op derden (deelnemers, bezoekers, gebruikers, leden).

Rechtspraak bij dit artikel