1. Op aanvraag wordt de wethouder voor uitsluitend de uitoefening van
zijn ambt een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking gesteld.
2. De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de
gemeente.
3. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.
4. Voor een beperkt gebruik van de in bruikleen beschikbaar gestelde
mobiele telefoon voor privé-doeleinden vindt maandelijks een inhouding
plaats op de wethoudersvergoeding van € 10,-.
Hoofdstuk III
Artikel 20
Mobiele telefoon
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders en raadsleden 2007