1. De vergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap
verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 5
, vermeld in tabel II van het
Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.
2. Voor zolang de gemeente nog niet heeft gekozen voor de
Werkkostenregeling wordt de vergoeding als bedoeld in lid 1 voor het
raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en
onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van
die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, berekend conform het
bepaalde in artikel 16, onder b, van het Rechtspositiebesluit raads- en
commissieleden.
Hoofdstuk II
Artikel 3
Onkostenvergoeding
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders en raadsleden 2007