In het besluit tot het opleggen van een verlaging worden in iedere geval vermeld: de reden van de verlaging, de duur van de verlaging, het percentage en het bedrag waarmee de uitkering wordt verlaagd en, als dit van toepassing is, de reden om af te wijken van de standaardverlaging.
Artikel 3 - Afzien van een verlaging
Het college ziet af van het toepassen van een verlaging indien:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of
de gedraging meer dan één jaar vóór constatering van die gedraging door het college heeft plaatsgevonden, tenzij de gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en als gevolg van die gedraging ten onrechte bijstand of te veel is verleend. Een verlaging wegens schending van de inlichtingenplicht wordt niet opgelegd na verloop van vijf jaren nadat de betreffende gedraging heeft plaatsgevonden.
Het college kan afzien van een verlaging indien het daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
Indien het college afziet van een verlaging op grond van dringende redenen, wordt een belanghebbende hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.
Hoofdstuk 1.
Artikel 2
- Het besluit tot opleggen van een verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, Ioaw en Ioaz 2012