Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4

Berekening en betaling vaste vergoedingen

Onderdeel van Verordening voorzieningen wethouders, raads- en commissieleden 2002

1.. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 1, onder e, en 8 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden vangen de vergoedingen bedoeld in de artikelen 2 en 3 aan op de dag van het afleggen van de eed of de gelofte bedoeld in artikel 14 van de Gemeentewet. 2.. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 1, onder e, en 8 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden eindigen de vergoedingen bedoeld in de artikelen 2 en 3 op de dag bedoeld in artikel C4, tweede lid, van de Kieswet, dan wel het tijdstip bedoeld in de arikelen X1, eerste en derde lid, X6 en X8, tweede, derde en vijfde lid van de Kieswet. 3.. De vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, worden maandelijks uitbetaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel