De schipper van een vaartuig, dat door de wijze van laden of lossen, door onvoldoende bemanning of uitrusting, dan wel om andere reden, gevaar loopt te zinken of te kantelen, is verplicht:
van het gevaar terstond mededeling te doen aan de havenmeester.
onverwijld de nodige voorzieningen te treffen tot opheffing of vermindering van het gevaar en overigens zich ten deze te gedragen naar de door of namens de havenmeester gegeven aanwijzingen.