Een ieder is gehouden elk mondeling of schriftelijk bevel van de havenmeester tot handhaving van de openbare orde en veiligheid, ter regeling van het scheepvaartverkeer, ter voorkoming van brand, aanvaring of ander onheil of ter uitvoering dezer verordening daaronder begrepen het verhalen en veranderen van ligplaatsen naar bevind van zaken door hem gegeven, behoorlijk na te komen.