Alleenstaande ouders die de volledige zorg hebben voor een of meer kinderen tot 12 jaar, kunnen na de reguliere inkomstenvrijlating nog voor maximaal drie jaar in aanmerking komen voor een aanvullende inkomstenvrijlating. Dat is geregeld in artikel 31 lid 2 onderdeel r van de WWB. De wetgever vindt het belangrijk dat ook alleenstaande ouders gestimuleerd worden te gaan werken. Daarbij is rekening gehouden met het feit dat zij vanwege de combinatie van werk en zorgtaken vaak langer de tijd nodig hebben om hun arbeidsuren uit te breiden en zo uit te stromen. Voor toepassing van de aanvullende inkomstenvrijlating voor alleenstaande ouders, eventueel met een of meerderjarige kinderen, is vereist dat:
de alleenstaande ouder de volledige zorg heeft voor een tot zijn lastkomend kind tot 12 jaar;
de periode van zes aaneengesloten maanden waarvoor hij in aanmerking komt voor de reguliere inkomstenvrijlating is verstreken en;
dit volgens het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling.
Zowel de reguliere inkomstenvrijlating als de aanvullende inkomstenvrijlating voor een alleenstaande ouder met de volledige zorg voor een tot zijn last komend kind jonger dan 12 jaar, is niet van toepassing voor personen jonger dan 27 jaar (artikel 31 lid 5 WWB). Van jongeren wordt verwacht dat ze op eigen kracht uitstromen en daar is naar het oordeel van de wetgever geen extra activerend instrument voor nodig.
De aanvullende inkomstenvrijlating bedraagt 12,5% van de inkomsten met een maximum van € 120,- per maand gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 30 maanden (artikel 31 lid 2 onderdeel 3 op 1 januari 2012).
Hoofdstuk 4
Artikel 12.
Aanvullende inkomstenvrijlating alleenstaande ouders
Onderdeel van Re-integratieverordening WWB, Ioaw en Ioaz 2012