Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Rapportage

Onderdeel van Controleverordening Rotterdam 2011

1.. De accountant legt de interimmanagementletter(s) en de verslagen van de bevindingen naar aanleiding van de interimcontrole aan het college voor. 2.. De accountant bespreekt de in het eerste lid genoemde stukken met het college. 3.. Het college reageert binnen twee weken schriftelijk op de in het eerste lid genoemde stukken. 4.. De accountant bespreekt het verslag van bevindingen naar aanleiding van de interimcontrole voorzien van de schriftelijke reactie van het college met de Commissie tot Onderzoek van de Rekening. 5.. De accountant verstrekt jaarlijks vóór 15 april aan het college een brief met de stand van zaken met de voorlopige strekking van de controleverklaring en een overzicht van de voorlopige bevindingen. 6.. Binnen twee weken na afronding van de controle legt de accountant het concept-verslag van bevindingen, de concept-controleverklaring en de concept-managementletter en het rapport van bevindingen voor aan het college. 7.. De accountant bespreekt de in het zesde lid genoemde stukken met het college. 8.. Het college voorziet in een schriftelijke reactie binnen twee weken na ontvangst van de in het zesde lid genoemde stukken. 9.. De accountant bespreekt de controleverklaring en het verslag van bevindingen voorzien van de schriftelijke reactie van het college met de Commissie tot Onderzoek van de Rekening. 10.. De accountant bespreekt overige rapportages met het college voorafgaand aan het ter beschikking stellen van de rapportage aan de raad. 11.. De accountant draagt er zorg voor dat mondelinge mededelingen aan de raad over feiten inzake bedrijfsvoering gerelateerde zaken voorafgaand aan het college worden gemeld.

Rechtspraak bij dit artikel