Een ambtenaar verleent op verzoek van de griffier (op grond van artikel 14 eerste lid en ondera en b) of de gemeentesecretaris (op grond van artikel 14, eerste lid en onder c) ambtelijkebijstand tenzij:
het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand betrekking heeft op dewerkzaamheden van de raad;
dit het belang van de gemeente kan schaden;
de gevraagde bijstand dermate omvangrijk is, dat deze niet ingepast kan worden binnen de reguliere werkzaamheden van de ambtenaar.
De gemeentesecretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het eerste lid geweigerd wordt.
Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd deelt de gemeentesecretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het raadslid dat het verzoek heeft ingediend.
Hoofdstuk III
Artikel 15
Weigering van ambtelijke bijstand
Onderdeel van VERORDENING VOORZIENINGEN RAADSLEDEN EN FRACTIES