Naar hoofdinhoud

Paragraaf 2

Artikel 2.6

Vergoeding voor de werkzaamheden van de leden van de rekenkamercommissie

Onderdeel van Verordening rekenkamercommissie gemeente Coevorden 2005

1. De leden respectievelijk de voorzitter ontvangen een vergoeding voor hun werkzaamheden, overeenkomstig de vergoeding aan de leden, respectievelijk de voorzitter van de commissie rechtsbescherming. 2. De vergoedingen als bedoeld in het eerste lid komen ten laste van het budget van de Rekenkamercommissie als bedoeld in artikel 5. Paragraaf 3 De werkwijze van de rekenkamercommissie Artikel 3.1 Reglement van orde De rekenkamercommissie stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen en andere werkzaamheden vast. Zij zendt het reglement na de vaststelling onverwijld ter kennisneming naar de gemeenteraad. Artikel 3.2 Onderwerpen voor en beslissing tot uitvoeren van onderzoek 1. De rekenkamercommissie kiest onderwerpen voor haar onderzoek en legt dit jaarlijks vast in een onderzoeksprogramma. 2. Alvorens de rekenkamercommissie het onderzoeksprogramma vaststelt biedt zij de raad de mogelijkheid om schriftelijk advies te geven over de vast te stellen onderzoeksonderwerpen. 3. Nadat deze adviezen ontvangen zijn motiveert de rekenkamercommissie haar keuze om een bepaald advies wel te verwerken in het onderzoeksprogramma en andere adviezen niet. 4. De rekenkamercommissie kiest de onderwerpen voor haar onderzoek, formuleert de probleemstelling en de onderzoeksvragen en stelt de onderzoeksvragen vast. 5. De in het vorige lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de rekenkamercommissie rechtstreeks ter kennisneming voorgelegd aan de gemeenteraad. Artikel 3.3 Uitvoering van het onderzoek en rapportage 1. De rekenkamercommissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet. 2. De rekenkamercommissie zal naast het verplichte jaarverslag minimaal één keer per jaar een voortgangsrapportage ter informatie naar de raad sturen. 3. De rekenkamercommissie beoordeelt verder zelf of het wenselijk is de raad tussentijds te informeren. 4. De rekenkamercommissie is bevoegd van alle leden van het gemeentebestuur en van alle ambtenaren de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig heeft voor de uitvoering van het onderzoek. De rekenkamercommissie kan de bevoegdheid tot het inwinnen van inlichtingen mandateren aan medewerkers die haar bij de uitvoering van haar taak terzijde staan. De leden van het gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente zijn verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de door de rekenkamercommissie gestelde termijn te verstrekken. De rekenkamercommissie vergadert in beslotenheid, haar rapporten zijn openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van Bestuur kan de rekenkamercommissie rapporten die aan de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken. De leden van de rekenkamercommissie en degenen die ten behoeve van de rekenkamercommissie werkzaam zijn, zijn verplicht tot geheimhouding van al hetgeen hen in hun hoedanigheid van lid, respectievelijk medewerker ter kennis is gekomen. 6. De rekenkamercommissie kan openbare informatieve vergaderingen beleggen. 7. De rekenkamercommissie stelt betrokkenen ambtenaren in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn die ten minste twee weken bedraagt, hun zienswijze op het feitenonderzoek aan de rekenkamercommissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De rekenkamercommissie bepaalt wie verder als betrokkenen worden aangemerkt. 8. De rekenkamercommissie stelt het bestuur in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn die ten minste twee weken bedraagt, zijn zienswijze op het onderzoek en de nota aan de rekenkamercommissie kenbaar te maken. 9. Na de ambtelijke hoor en wederhoor ten aanzien van de feiten (zie lid 7) en na het bestuurlijk hoor en wederhoor (zie lid 8) formuleert de rekenkamercommissie haar conclusies en aanbevelingen in een nota. 10. Na vaststelling door de rekenkamercommissie worden het onderzoeksrapport en de nota met conclusies en aanbevelingen zo spoedig mogelijk, aan de raad aangeboden. Hierbij worden de ambtelijke en bestuurlijke reacties gevoegd. De raad bespreekt de onderzoeksresultaten op basis van het rapport en de conclusies en aanbevelingen. Paragraaf 4 De ondersteuning van de rekenkamercommissie Artikel 4.1 Medewerker / onderzoeker rekenkamer 1. De griffier staat de rekenkamercommissie terzijde bij de uitvoering van haar taak. 2. De medewerker legt met betrekking tot de wijze waarop de ondersteunende taken worden verricht rechtstreeks verantwoording af aan (de voorzitter van) de rekenkamercommissie. Artikel 4.2 Onderzoeksmedewerkers 1. De rekenkamercommissie is bevoegd ten laste van het budget als bedoeld in artikel 5 aan B & W voor te stellen (tijdelijk) onderzoeksmedewerkers aan te stellen. 2. Onderzoeksmedewerkers kunnen, indien de rekenkamercommissie hen daartoe de bevoegdheid toekent, alle informatie verzamelen die de rekenkamercommissie in het belang van het onderzoek nodig acht; zij hebben een geheimhoudingsplicht met betrekking tot die informatie en zijn alleen verantwoording verschuldigd aan de rekenkamercommissie. 3. De rekenkamercommissie is tevens bevoegd ten laste van het budget als bedoeld in artikel 5 externe deskundigen in te schakelen. Het hiervoor in lid 2 gestelde is op de externe deskundigen dienovereenkomstig van toepassing. Paragraaf 5 De kosten van de rekenkamercommissie Artikel 5 Budget 1. De rekenkamercommissie is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken. 2. Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de kosten gebracht van: A. de vergoedingen die krachtens artikel 2.6 zijn toegekend aan de externe leden van de rekenkamercommissie; B. onderzoeksmedewerkers; C. externe deskundigen die mogelijk door de rekenkamercommissie zijn ingeschakeld en D. de mogelijke overige uitgaven die de rekenkamercommissie nodig oordeelt voor de uitvoering van haar taak. Paragraaf 6 Slotbepalingen Artikel 6 Citeertitel; inwerkingtreding 1. Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening rekenkamercommissie gemeente Coevorden 2005. 2. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na de dag van bekendmaking. Aldus besloten in de openbare vergadering van 14 februari 2006. , voorzitter. , griffier.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel