Onverminderd het bepaalde in artikel 2.5.24 mag een
bouwwerk, voor het bouwen waarvan een
omgevingsvergunning is vereist, tussen de voor- en de
achtergevelrooilijn niet hoger reiken dan tot de vlakken
die de verticale vlakken door de voorgevelrooilijn en
door de achtergevelrooilijn snijden op de - krachtens de
artikelen 2.5.20 en 2.5.21 - maximale bouwhoogte en die
met het horizontale vlak een hoek vormen van:a. 45
graden in de bebouwde kom;b. 37 graden buiten de
bebouwde kom.
Indien een bouwwerk nabij een kruising van wegen een
zijgevel heeft die gelegen is tegenover een
achtergevelrooilijn in hetzelfde bouwblok, mag dit
bouwwerk bovendien niet hoger reiken dan tot het vlak
dat het verticale vlak door die zijgevel snijdt ter
hoogte van de - krachtens artikel 2.5.22 - maximale
bouwhoogte en dat met het horizontale vlak een hoek
vormt van 56 graden.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 5
Artikel 2.5.23
Toegelaten hoogte tussen voor- en achtergevelrooilijnen
Onderdeel van Bouwverordening gemeente Eersel 2012