De directeur is ten aanzien van de mandateringslijst bevoegd –
tenzij anders is bepaald- tot uitoefening van al de bevoegdheden
als vermeld onder zijn dienst alsmede van al de bevoegdheden als
vermeld onder de hoofdstukken “Algemeen” en “Personeel en
Organisatie”.
De directeur is -tenzij in de mandateringslijst anders is
bepaald- gerechtigd de aan hem gemandateerde bevoegdheden geheel
of gedeeltelijk onder te mandateren aan de binnen zijn dienst
werkzame medewerkers. De directeur kan hierbij instructies geven
die bij het uitoefenen van de ondergemandateerde bevoegdheden in
acht genomen dienen te worden.
De ondergemandateerde bevoegdheden als bedoeld in het tweede lid
worden door de directeur vastgelegd in één ondermandaatbesluit.
Dit besluit bevat een overzicht van al de door directeur
verleende ondermandaten onder vermelding van de functionarissen
die tot de uitoefening van de desbetreffende ondermandaten
bevoegd zijn. De door de directeur gemandateerde functionarissen
zijn niet gerechtigd tot het verlenen van ondermandaat.
In afwijking van het bepaalde in het tweede lid is de directeur
gerechtigd de aan hem ondergemandateerde bevoegdheden geheel of
gedeeltelijk onder te mandateren aan een niet aan hem
ondergeschikte functionaris belast met de leiding van een
programma dan wel project. Het desbetreffende
ondermandaatbesluit vermeldt in ieder geval de omschrijving van
het project of programma, de gemandateerde bevoegdheden, de
budgettaire kaders, de wijze van verantwoording en de duur van
het mandaat en de eventuele bevoegdheden tot verder
ondermandaat. Het ondermandaatbesluit wordt naast een openbare
bekendmaking tevens bekendgemaakt aan de concerncontroller en de
betrokken dienstcontroller(s).
Het ondermandateren van bevoegdheden als bedoeld in de
voorgaande leden geschiedt schriftelijk.
De directeur draagt er zorg voor dat de ondermandaatbesluiten
bij openbare kennisgeving bekend worden gemaakt.
Een afschrift van het ondermandaatbesluit wordt via de afdeling
Juridische Zaken van de Stafdienst Bedrijfsvoering ter opberging
aan het archief van de afdeling Informatie- en
communicatietechnologie van de Stafdienst Bedrijfsvoering.
Op ondermandaatbesluiten zijn de bepalingen van dit
mandaatbesluit van overeenkomstige toepassing.