Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 6

Grondslag voor de subsidieberekening

Onderdeel van DEELSUBSIDIEVERORDENING PEUTEROPVANG EN VOORSCHOOLSE EDUCATIE GEMEENTE HARDENBERG

1.. De grondslag voor de subsidie is het aantal te realiseren bezette peuterplaatsen peuteropvang en/of peuterplaatsen voorschoolse educatie (ve). 2.. Voor een peuterplaats peuteropvang geldt een subsidiabel aantal uren van 200 op jaarbasis, voor zover de ouders aantoonbaar geen recht hebben op een toelage op grond van afdeling 2 paragraaf 1 en 2 van de Wet kinderopvang (kinderopvangtoeslag). 3.. Voor een peuterplaats voorschoolse educatie in de peuteropvang geldt een totaal subsidiabel aantal uren van 400 op jaarbasis (inclusief de 200 uur basisaanbod peuteropvang op grond van lid 2). 4.. Voor een peuterplaats voorschoolse educatie in de peuteropvang en in de kinderdagopvang wordt een jaarlijks vast te stellen forfaitaire bijdrage voor de extra bijkomende werkzaamheden voor elk geplaatst doelgroepkind VE verleend. 5.. Het college van burgemeester en wethouders stelt jaarlijks de maximale uurprijs vast waarover subsidie wordt verleend en een forfaitaire bijdrage voor de extra bijkomende werkzaamheden per geplaatst doelgroepkind VE. 6.. De subsidie per uur is nooit hoger dan de door de instellingen bij de aanvraag opgegeven (en voor overige klanten gehanteerde) uurprijs. 7.. Het college van burgemeester en wethouders stelt jaarlijks voorafgaande aan het kalenderjaar de inkomensafhankelijke procentuele ouderbijdrage vast voor gebruik van peuterplaatsen peuteropvang. Deze is gebaseerd op de landelijke tabel van de kinderopvangtoeslag. 8.. Het college van burgemeester en wethouders stelt jaarlijks voorafgaand aan het kalenderjaar de ouderbijdrage vast voor de ouders van doelgroepkinderen VE met voorschoolse educatie in de peuteropvang. Deze ouderbijdrage gaat de wettelijke maximumbijdrage op grond van Artikel 166 lid 2 van de Wet op het primair onderwijs niet te boven. 9.. Op de te verlenen subsidie per peuterplaats peuteropvang en voorschoolse educatie wordt een bedrag voor ouderbijdragen in mindering gebracht. 10.. Ouders van doelgroepkinderen VE in de kinderdagopvang die aantoonbaar niet meer dan 2 dagdelen gebruik maken van de kinderdagopvang kunnen in aanmerking komen voor een door de gemeente gesubsidieerd 3e dagdeel van maximaal 5,5 uur per dagdeel indien zij tenminste 12 maanden voor aanvang van de voorschoolse educatie de contractuele opvangduur niet hebben verminderd. Hiervoor wordt het bij de aanbieder geldende reguliere uurtarief gehanteerd. 11.. Aanbieders van peuteropvang en voorschoolse educatie ontvangen de ouderbijdragen. Zij zijn verantwoordelijk voor het innen van deze betalingen conform de vastgestelde ouderbijdragentabel en het bijbehorende risico van dubieuze debiteuren. 12.. De te verlenen subsidie per peuterplaats peuteropvang wordt bepaald op de hoogte van het door de instelling bij aanvraag opgegeven uurtarief tot een maximum van het onder lid 5 door het college vastgestelde uurtarief vermenigvuldigd met het aantal uren per peuterplaats zoals bepaald in artikel 6 lid 2 vermindert met de ouderbijdrage conform lid 7 van dit artikel. 13.. De te verlenen subsidie per peuterplaats VE in de peuteropvang wordt bepaald op de hoogte van het door de instelling bij aanvraag opgegeven uurtarief tot een maximum van het onder lid 5 door het college vastgestelde uurtarief vermenigvuldigd met het aantal uren per peuterplaats zoals bepaald in art 6 lid 3 verhoogt met de in art. 6 lid 4 genoemde forfaitaire bijdrage voor extra bijkomende werkzaamheden voorschoolse educatie, vermindert met de ouderbijdrage conform lid 8 van dit artikel 14.. De te verlenen subsidie per peuterplaats VE in de kinderdagopvang wordt bepaald op de hoogte van het in art. 6 lid 4 genoemde forfaitaire bijdrage voor extra bijkomende werkzaamheden voorschoolse educatie. 15.. De te verlenen subsidie voor een extra dagdeel kinderdagopvang voor doelgroepkinderen VE als bedoeld in lid 10 van dit artikel wordt bepaald op de hoogte van het door de instelling bij aanvraag opgegeven uurtarief tot een maximum van 5,5 uur per dagdeel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel