**a..** Buitendeuren en -vensters zijn zodanig beveiligd, dat kinderen niet ongemerkt de peuterspeelzaal kunnen verlaten en onbevoegden niet ongemerkt kunnen binnentreden.
**b..** Wandcontactdozen dienen afgeschermd te zijn of boven 1,50 meter te zijn aangebracht.
**c..** Alle daarvoor in aanmerking komende elektrische apparaten, waaronder verwarmingsapparaten, dienen geaard- en zodanig te zijn opgesteld en uitgevoerd, dat de kinderen zich daaraan niet kunnen verwonden en de bedieningsorganen niet kunnen bereiken.
**d..** De houder dient te beschikken over een gebruiksvergunning.
**e..** Een brandblusapparaat moet in elk kindercentrum aanwezig zijn en één keer per jaar gecontroleerd te worden op geschiktheid.
**f..** Tussen de leidsters dient een taakverdeling gemaakt te worden over wie wat doet in geval van brand.
**g..** Ruiten beneden 1,20 meter dienen te zijn vervaardigd van veiligheidsglas volgens NEN 3569, tenzij de GGD anders adviseert op grond van risico-inschatting.
**h..** Voorwerpen en vloeistoffen die gevaar voor kinderen kunnen opleveren (schoonmaakartikelen, medicamenten,elektrische apparaten, servies, bestek, ed.) moeten buiten bereik van kinderen worden opgeborgen.
**i..** In de peuterspeelzaal is een telefoon aanwezig. In de onmiddellijke nabijheid daarvan bevinden zich het algemeen alarmnummer en het telefoonnummer van de huisarts.
**j..** In de peuterspeelzaal is een volledig uitgeruste EHBO-trommel aanwezig.
**k..** In de peuterspeelzaal is ten minste één functionaris aanwezig die in bezit is van een geldig bedrijfshulpverleningscertificaat.