1.Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht bedoeld in artikel
17 van de wet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van bijstand, wordt de verlaging afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag.
Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de verlaging op de volgende wijze vastgesteld:
bij een benadelingsbedrag tot € 1.000,-: 10% van de bijstandsnorm gedurende een maand;
bij een benadelingsbedrag van € 1.000,- tot € 2.000,-: 20% van de bijstandsnorm gedurende een maand;
bij een benadelingsbedrag van € 2.000,- tot € 4.000,-: 40% van de bijstandsnorm gedurende een maand;
bij een benadelingsbedrag van € 4.000,- of meer: 100% van de bijstandsnorm gedurende een maand.
Indien de uitkering beëindigd is, wordt de verlaging met terugwerkende kracht opgelegd.
Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht bedoeld in artikel 17 van de wet niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van bijstand wordt, onverminderd artikel 2, tweede lid, een verlaging opgelegd van vijfprocent van de bijstand gedurende een maand.
Hoofdstuk 4. Overige gedragingen die leiden tot een verlaging
Artikel 14. Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet, wordt een verlaging opgelegd die wordt afgestemd op de periode dat de belanghebbende als gevolg van zijn gedraging eerder of langer recht heeft op bijstand.
Onverminderd artikel 2, tweede lid, kan de verlaging tot uitdrukking gebracht worden in:
de hoogte van de bijstand: het tijdelijk geheel of gedeeltelijk weigeren van de bijstand;
de vorm van de bijstand.
Artikel 15. Zeer ernstige misdragingen
Indien een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover het college of zijn ambtenaren, onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de wet, als bedoeld in artikel 18, tweede lid van de wet, wordt, onverminderd artikel 2, tweede lid, een verlaging opgelegd van tenminste twintigprocent van de bijstandsnorm gedurende een maand.
Hoofdstuk 3.
Artikel 13.
Verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand