1 Indien het college voornemens is om over te gaan tot vordering van
leegstand in een lesgebouw of gymnastiekruimte, voert het college
daarover overleg met het bevoegd gezag waarvan de leegstand gevorderd
wordt en met het bevoegd gezag waarvoor de huisvesting is bestemd. Dit
overleg maakt deel uit van het overleg als bedoeld in artikel 10.
2 Binnen vier weken na de vaststelling van het programma als bedoeld in
artikel 11, doet het college schriftelijk mededeling van de vordering
aan het bevoegd gezag waarvan gevorderd wordt. Van deze mededeling kan
worden afgezien als dat bevoegd gezag in het overleg te kennen geeft
geen bezwaar tegen de vordering te hebben.
3 Indien het college voornemens is om over te gaan tot vordering in het
kader van een aanvraag als bedoeld in artikel 29, voert het college
daarover zo spoedig mogelijk overleg met het bevoegd gezag waarvan
gevorderd wordt en met het bevoegd gezag waarvoor de huisvesting is
bestemd.
4 Binnen een week na het overleg als bedoeld in het vorige lid, doet het
college schriftelijk mededeling van de vordering aan het bevoegd gezag
waarvan gevorderd wordt. Van deze mededeling kan worden afgezien als dat
bevoegd gezag in het overleg te kennen geeft geen bezwaar tegen de
vordering te hebben.
5 De schriftelijke mededeling van het college als bedoeld in de tweede
en vierde lid, bevat in ieder geval:
a de naam van de school en het bevoegd gezag ten behoeve waarvan wordt
gevorderd;
b een aanduiding van het aantal leerlingen ten behoeve waarvan
gevorderd wordt of, indien het betreft het onderwijs in lichamelijke
oefening, het aantal klokuren dat gevorderd wordt;
c een aanduiding van het gebouw waarop de vordering betrekking
heeft;
d een aanduiding van het aantal en het type ruimten dat gevorderd
wordt;
e de periode waarvoor gevorderd wordt en de ingangsdatum van het
medegebruik.
Hoofdstuk
Artikel 32
Overleg en mededeling
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Waalwijk 2012