**1..** De belasting, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, voor zover dit geheven wordt van uitsluitend tot woonhuis dienende eigendommen, wordt vastgesteld op 200 m³ en bedraagt per jaar € 146,90.
**2..** De belasting, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, voor zover dit geheven wordt van niet uitsluitend tot woonhuis dienende eigendommen, wordt voor het woonhuis vastgesteld op 200 m³ en bedraagt per jaar € 146,90 en de belasting voor het niet tot woonhuis dienende eigendom wordt berekend over het meerdere van het afgevoerd water als genoemd in artikel 5 lid 3.
**3..** De belasting, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, voor zover dit geheven wordt van niet tot woonhuis dienende eigendommen, bedraagt per jaar, wanneer de waterlozing op de gemeentelijke riolering:
**a..** niet meer bedraagt dan 10.000 m³: € 73,45 voor iedere 100 m³ afgevoerd water of gedeelte daarvan, met dien verstande dat nimmer minder dan € 146,90 verschuldigd is;
**b..** meer bedraagt dan 10.000 m³ doch niet meer dan 100.000 m³: € 7.345,00 vermeerderd met € 45,00 voor iedere 100 m³ afgevoerd water of gedeelte daarvan boven 10.000 m³;
**c..** meer bedraagt dan 100.000 m³: € 47.845,00 vermeerderd met € 22,82 voor iedere 100 m³ afgevoerd water of gedeelte daarvan boven 100.000 m³.