Het college kan voorwaarden verbinden aan een besluit tot subsidieverlening op grond van deze verordening.
Het college kan ter uitvoering van deze verordening een regeling met nadere voorschriften opstellen waaronder begrepen de wijze waarop voorzieningen moeten worden getroffen en instandhouding dient te worden gepleegd.
De subsidie wordt niet verleend indien een of meerdere van de volgende situaties zich voordoen:
Voor de te treffen voorzieningen is een vergunning op grond van de Monumentenverordening 2005 vereist en deze is geweigerd.
De kosten van voorzieningen worden op grond van een verzekering gedekt of op andere wijze vergoed.
De subsidiabele instandhoudingkosten bedragen minder dan € 500,-.
Het gemeentelijke monument is eigendom van de gemeente of van een andere overheid.
Met de uitvoering van de instandhoudingwerkzaamheden is begonnen voordat op de aanvraag subsidie door het college is beslist.
Dezelfde instandhoudingwerkzaamheden binnen een afgelopen periode van 10 jaar al voor een subsidie in aanmerking zijn gekomen.
HOOFDSTUK 3
Artikel 14
Voorwaarden van subsidieverlening
Onderdeel van Subsidieverordening Monumentenzorg 2009