**1..** Binnen 12 weken na gereedkomen van de instandhoudingwerkzaamheden dient de aanvrager, met gebruikmaking van een daartoe door het college beschikbaar gesteld formulier, te verklaren dat de werkzaamheden zijn voltooid. Dit gereedmeldingsformulier dient volledig te zijn ingevuld en vergezeld te gaan van alle gegevens, facturen en betalingsbewijzen als bedoeld in artikel 19, eerste lid.
**2..** Indien de gereedmelding naar het oordeel van het college niet voldoet aan het bepaalde in het eerste lid, doen zij daarvan binnen vier weken na ontvangst gereedmelding schriftelijk, mededeling aan de aanvrager onder vermelding van de nog te verstrekken gegevens of uit te voeren werkzaamheden.
**3..** De aanvrager dient binnen de in de mededeling aangegeven termijn zijn gereedmelding aan te vullen met de nog ontbrekende gegevens of deze desgevraagd te verduidelijken, of uitvoering te geven aan uitvoeringswerkzaamheden.
**4..** De gereedmelding is tevens een verzoek om vaststelling van de definitieve subsidie en uitbetaling van de subsidie.
**5..** Het recht op vaststelling en uitbetaling vervalt, indien niet is voldaan aan het bepaalde in het eerste of derde lid. De aanvrager ontvangt hiervan een schriftelijk besluit.
Artikel 19 De definitieve subsidievaststelling
De definitieve vaststelling van de hoogte van een op grond van deze verordening verleende subsidie vindt plaats nadat:
de in de aanvraag opgenomen werkzaamheden conform artikel 18 schriftelijk zijn gereedgemeld onder indiening van de daarop betrekking hebbende gegevens;
de onder a bedoelde werkzaamheden door het college akkoord zijn bevonden;
de rekeningen en betalingsbewijzen inzake de uitgevoerde werkzaamheden alsmede de totale kostenopstelling waarin de verrichte werkzaamheden op dezelfde wijze zijn gerangschikt als in de in artikel 6 derde lid bedoelde begroting door het college akkoord zijn bevonden.
De definitieve subsidie is gelijk aan de verleende subsidie, tenzij de werkelijke subsidiabele kosten lager zijn dan geraamd dan wel minder voorzieningen zijn getroffen dan in de subsidieaanvraag is aangegeven. De definitieve subsidie kan nooit hoger uitvallen.
Het besluit tot subsidievaststelling wordt binnen acht weken na indiening van gereedmelding en het verzoek om subsidievaststelling als bedoeld in artikel 18 genomen.
Artikel 20 Opschorting en terugvordering
Ten aanzien van opschorting en terugvordering zijn de artikelen 4:56 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
Artikel 21 Voorschot
In daarvoor naar het oordeel van het college in aanmerking komende gevallen kan op schriftelijk verzoek van de aanvrager, indien 50% of meer van de in de aanvraag vermelde werkzaamheden zijn verricht en akkoord bevonden, een voorschot op de subsidie worden verstrekt van maximaal 50% van de verleende subsidie.
HOOFDSTUK 6 INTREKKING OF WIJZIGING VAN DE SUBSIDIE
Artikel 22 Intrekking en wijziging
Voor wat betreft de mogelijkheden om een besluit tot subsidieverlening of subsidievaststelling in te trekken of te wijzigen is afdeling 4.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht onverkort van toepassing.
HOOFDSTUK 7: SLOT- en OVERGANGSBEPALINGEN
Artikel 23 Hardheidsclausule
Het college kan in het belang van de monumentenzorg ten gunste van een aanvrager van de bepalingen van deze verordening afwijken, indien de strikte toepassing ervan zou kunnen leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.
Artikel 24 Overgangsbepaling
Deze verordening is niet van toepassing op subsidies die voor de inwerkingtreding van deze verordening zijn verleend of vastgesteld.
Artikel 25 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking de dag nadat deze is bekend gemaakt.
Bij de inwerkingtreding van deze verordening vervalt de "Subsidieverordening monumentenzorg 2005", vastgesteld bij raadsbesluit van 26 januari 2006.
Artikel 26 Citeertitel
Deze verordening kan worden aangehaald als "Subsidieverordening monumentenzorg
2009".
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 23 juli 2009
DE RAAD VAN WAALWIJK
de griffier, de voorzitter,
G.H. Kocken drs. A.M.P. Kleijngeld