Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2

Vergoeding aanschaf fiets

Onderdeel van CAR/UWO

Om aanspraak te kunnen maken op verstrekking van een fiets dient de werknemer, voordat de werkgever daartoe overgaat, een "Aanvraagformulier Regeling fiets-privé Gemeente Veenendaal" bij de werkgever in te leveren. In dit formulier zegt de werknemer te voldoen aan de in artikel 3 genoemde voorwaarden. Indien de werknemer voldaan heeft aan de in lid 1 genoemde verplichting en na overlegging van de in artikel 4 genoemde bescheiden vergoed de werkgever de kosten van de te verstrekken fiets tot een bedrag van € 749,-. Indien de medewerker een fiets aanschaft met gebruikmaking van deze regeling ontvangt de medewerker voor met de fiets samenhangende zaken een onbelaste vergoeding van maximaal € 82 per kalenderjaar gedurende drie jaar, mits de medewerker in het kalenderjaar op meer dan de helft van het aantal dagen dat hij pleegt te reizen gebruik maakt van de fiets. Hierbij kan gedacht worden aan reparaties, een extra slot, steun voor de aktetas, etc.; Naast de met de fiets samenhangende zaken mag de werknemer ook een fietsverzekering belastingvrij onder de regeling brengen, mits de werknemer op meer dan de helft van het aantal dagen dat hij pleegt te reizen gebruik maakt van de fiets. De aanschaf van de fiets dient te geschieden bij een bij de Kamer van Koophandel ingeschreven onderneming. De werknemer kan eenmaal per drie kalenderjaren aanspraak maken op de in artikel 2 lid 2 genoemde aanspraak. De werknemer dient schriftelijk te verklaren dat hij in een periode van maximaal drie jaren na datum van verstrekking afstand doet van een van de in artikel 2 lid 8 genoemde uitruilmogelijkheden ter grootte van maximaal de aanschaf van de fiets, samenhangende zaken en fietsverzekering. Een combinatie van genoemde uitruilmogelijkheden is ook mogelijk. De uitruilmogelijkheden voor de verstrekking van een fiets, samenhangende zaken en fietsverzekering zijn: de eindejaarsuitkering; de bezoldiging; de vakantietoelage; verlofuren zoals omschreven in artikel 1 lid i. persoonsgebonden budget (PGB). De waarde van een verlofuur komt overeen met de hoogte van het salaris dat de werknemer geniet bij de aanvang van het kalenderjaar waarop het verzoek betrekking heeft. Bij het aanwenden van verlofuren geldt dat een werknemer verplicht is jaarlijks 144 vakantie-uren (bij voltijd dienstverband) op te nemen. Deze minimumperiode van de jaarlijkse vakantie mag niet worden vervangen door een financiële vergoeding. Bij beëindiging van het dienstverband wordt het nettoloon verlaagd met het resterende bedrag. Indien dit niet toereikend is wordt ook het nettoloon van de voorlaatste maand daarvoor aangewend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel