De ambtenaar kan bij het college voor 15
december een verzoek indienen om gedurende het
daaropvolgende kalanderjaar de duur van de vakantie – als bedoeld in
artikel 6:2, eerste lid – te verminderen in ruil voor een vergoeding
als bedoeld in het vijfde lid.
Voor de ambtenaar met een volledige betrekking bedraagt het aantal
vakantie-uren –na vermindering op grond van het eerste lid en op
grond van artikel 4:3, eerste lid, onderdeel a, derde
aandachtsstreepje– minimaal 144 uren. Voor de ambtenaar die is
aangesteld voor een formele arbeidsduur van minder dan 36 uur per
week, geldt een naar evenredigheid lager aantal uren als
minimum.
Voor de ambtenaar met een volledige betrekking bedraagt het aantal
te verminderen vakantie-uren op grond van het eerste lid maximaal 72
uren. Voor de ambtenaar die is aangesteld voor een formele
arbeidsduur van minder dan 36 uur per week, geldt een naar
evenredigheid lager aantal uren als maximum.
Het college wijst een verzoek als bedoeld in het eerste lid toe,
tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen
verzetten.
Tenzij op lokaal niveau anders is overeengekomen ontvangt de
ambtenaar voor elk op grond van het eerste lid verminderd
vakantie-uur een vergoeding overeenkomend met de hoogte van het
salaris per uur dat hij geniet bij de aanvang van het kalenderjaar
waarop het verzoek betrekking heeft.