Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten wordt aan
de ambtenaar door het college verlof met behoud van het genot van
bezoldiging verleend:
bij ernstige ziekte van de echtgenoot of geregistreerd
partner, ouders, pleegouders, stiefouders, schoonouders,
kinderen, pleegkinderen, stief- en aangehuwde kinderen;
bij zijn huwelijk of geregistreerd partnerschap zoveel
verlof dat de ambtenaar over een aaneengesloten periode van
twee dagen de vrije beschikking heeft;
bij verhuizing zoveel verlof als nodig is om eenmaal per
jaar de vrije beschikking te hebben over een aaneengesloten
periode van twee dagen;
gedurende één werkdag, indien deze samenvalt met de dag van
het huwelijk of geregistreerd partnerschap van bloed- en
aanverwanten in de eerste graad.
Behoudens in dringende gevallen moet verlof ten minste 24 uren
tevoren worden aangevraagd bij het bestuursorgaan dat bevoegd is dat
verlof te verlenen. Indien de ambtenaar die niet vooraf een aanvraag
daartoe heeft gedaan ten genoegen van bedoelde autoriteit aantoont
dat hij daartoe geen gelegenheid heeft gehad en dat er voor zijn
afwezigheid gegronde redenen bestonden, wordt deze geacht verlof met
behoud van bezoldiging te hebben genoten.