De tegemoetkoming in reiskosten als bedoeld in artikel 18:1:6, eerste en vierde lid, is gebaseerd op de minst kostbare wijze van reizen van openbaar vervoer (tenzij om praktische redenen andere afspraken zijn gemaakt), onder aftrek van een eigen bijdrage (franchise). De maandelijkse franchise wordt gebaseerd op het maximale bedrag vermenigvuldigd met een breuk, waarbij de noemer 40 is en de teller de daadwerkelijke afstand tussen de woonplaats en de standplaats bedraagt. De teller is maximaal 40 .
Indien tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling geen openbaar vervoer aanwezig is, of om praktische redenen geen gebruik kan worden gemaakt van het openbaar vervoer, en men gebruik maakt van de eigen auto, dan wordt het bedrag van de tegemoetkoming in de reiskosten gebaseerd op € 130,00 vermenigvuldigd met een breuk, waarbij de noemer 40 is en de teller de daadwerkelijke afstand tussen de woonplaats en de standplaats bedraagt. De teller is maximaal 40.
Indien de ambtenaar gebruik maakt van de eigen auto voor het overbruggen van de dagelijkse afstand tussen woon- en werkplaats en deze afstand bedraagt onder medeneming van één of meerdere collega's en meer dan 10 kilometer, wordt een kilometervergoeding verstrekt per meereizende collega. De hoogte van deze kilometervergoeding is afgeleid van de fiscale voorschriften terzake en bedraagt thans maximaal € 0,28 cent per km per 3 meerijders, gerekend over de afstand waarover meegereden wordt. De vergoeding voor de eerste meerijder bedraagt € 0,13, voor de tweede meerijder € 0,09 per kilometer en voor de derde meerijder € 0,06 per kilometer. Eventuele verhogingen dan wel verlagingen van voornoemd fiscaal vrijgestelde bedrag zullen worden doorberekend in het vergoedingstarief voor de eerste meerijder.