Geen persoonsgebonden budget wordt verstrekt indien:
het ernstige vermoeden bestaat dat de persoon ten behoeve van wie het PGB is bedoeld, problemen zal hebben bij het omgaan met een PGB en er geen zaakwaarnemer is aangesteld;
het ernstige vermoeden bestaat dat de persoon ten behoeve van wie het PGB is bedoeld, niet kan voldoen aan lopende financiële verplichtingen dan wel er sprake is van onder bewind- of curatele stelling;
er sprake is van het verstrekken van een collectieve voorziening zoals bedoeld in artikel 1 lid 11 van de Verordening.
Hoofdstuk 2.
Artikel 4.
Overwegende bezwaren
Onderdeel van Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Midden-Delfland 2012