Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3

Regels rond verstrekking en verantwoording persoonsgebonden budget

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning Nieuwe Waterweg Noord 2012

1. Na verzending van de beschikking wordt het persoonsgebonden budget ter beschikking gesteld door storting op de rekening van de belanghebbende, met dien verstande dat gelijktijdig de verrekening van de besparingsbijdrage wordt verwerkt. 2. Na aanschaf van de voorziening waarvoor het persoonsgebonden budget verstrekt is, dan wel na afloop van de periode van de verstrekking waarvoor het persoonsgebonden budget bedoeld is, wordt aan het college door de budgethouder, voor zover van toepassing, verstrekt: a. de nota/factuur van de aangeschafte voorziening; b. een betalingsbewijs van de aangeschafte voorziening; c. een onderhoudscontract; d. een overzicht van de salarisadministratie. 3. De verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het college vindt in alle gevallen plaats binnen 3 maanden na afloop van de verstrekking dan wel binnen 6 weken na afloop van elk kwartaal. 4. Na ontvangst van de in het tweede lid genoemde bescheiden beoordeelt het college of er aanleiding bestaat het persoonsgebonden budget geheel of ten dele in te trekken en terug te vorderen of te verrekenen.

Rechtspraak bij dit artikel