Naar hoofdinhoud

Titeldeel 5

Artikel 18

Grafbedekking.

Onderdeel van VERORDENING op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats

1. Geen uiterlijke tekenen van welke aard ook mogen, behoudens het bepaalde in het tweede lid, op de begraafplaats worden opgericht of aangebracht. 2. De rechthebbende is verplicht: a. op een graf een staand gedenkteken te laten aanbrengen, waarvan de afmetingen en modellen door burgemeester en wethouders worden vastgesteld; b. op een kindergraf een staand gedenkteken aan te brengen waarvan de afmetingen door burgemeester en wethouders worden vastgesteld; c. voor een urnennis een gedenkplaat te laten aanbrengen, waarvan het model door burgemeester en wethouders wordt vastgesteld; d. te gedogen, dat in het onder a bedoelde gedenkteken en in de onder b bedoelde gedenkplaat een gravure wordt aangebracht, vermeldende de gegevens van de overledene. 3. Het in lid 2, onder a bedoelde gedenkteken en de in lid 2, onder b bedoelde gedenkplaat worden uitsluitend door of vanwege een steenhouwerij naar keuze beschikbaar gesteld en aangebracht 4. De in lid 2, onder c bedoelde gravure wordt enkel door of vanwege een steenhouwerij naar keuze aangebracht, waarbij door burgemeester en wethouders nadere uniforme regels zullen worden vastgesteld, inhoudende de te vermelden gegevens.

Rechtspraak bij dit artikel