Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 14

Verplichtingen vergunninghouder bedrijfsschip

Onderdeel van VERORDENING op de Binnenwateren voor de gemeente Den Haag

1.. Uiterlijk binnen twaalf weken na het onherroepelijk worden van de ligplaatsvergunning, als bedoeld in artikel 4 van deze verordening, dient de vergunninghouder met het betreffende bedrijfsschip ligplaats te hebben ingenomen op de daartoe bestemde ligplaats. 2.. In geval van nieuwbouw van een bedrijfsschip dient de vergunninghouder binnen 1 jaar na het onherroepelijk worden van de ligplaatsvergunning, als bedoeld in artikel 4 van deze verordening, ligplaats te hebben ingenomen. Deze termijn kan met ten hoogste een half jaar worden verlengd. 3.. In geval van het vergroten of wijzigen van het uiterlijk aanzien van een bedrijfsschip, waarvoor een ligplaatsvergunning, als bedoeld in artikel 4 van deze verordening is afgegeven, is een nieuwe vergunning vereist.

Rechtspraak bij dit artikel