Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9

Artikel 41

Overgangsbepalingen

Onderdeel van VERORDENING op de Binnenwateren voor de gemeente Den Haag

1.. Vergunningen voor het verblijf van woonschepen, die zijn verleend ingevolge de Verordening op binnenwateren en die van kracht zijn op het moment van inwerkingtreding van de onderhavige verordening, gelden als een vergunning krachtens onderhavige verordening en blijven geldig onder de destijds gestelde voorschriften en beperkingen. 2.. Het voorschrift dat is vastgelegd in artikel 22, tweede lid, onder c, is niet van toepassing op het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 4 ten behoeve van een ligplaats voor een woon- of bedrijfsschip, indien voorheen voor het innemen van die vaste ligplaats voor dat schip reeds een vergunning of ontheffing is afgegeven. 3.. Het voorschrift dat is vastgelegd in artikel 22, tweede lid, onder i, is niet van toepassing op het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 4 ten behoeve van een ligplaats voor een woon- of bedrijfsschip, indien voorheen voor het innemen van die vaste ligplaats voor dat schip reeds een vergunning of ontheffing is afgegeven, en voor zover de in de aanvraag genoemde afmetingen niet afwijken van de afmetingen die in de laatstgenoemde vergunning of ontheffing zijn vastgelegd. 4.. Op aanvragen voor vergunningen dan wel bezwaarschriften gericht tegen besluiten genomen op grond van de Verordening op de binnenwateren, ingediend vóór de inwerkingtreding van de onderhavige verordening, blijven de bepalingen van de Verordening op de binnenwateren van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel