De vergunning kan worden ingetrokken of gewijzigd:
indien ter verkrijging daarvan onjuiste danwel onvolledige gegevens zijn verstrekt;
indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten, opgetreden na het
verlenen van de vergunning, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging
noodzakelijk is/vereist is in het belang of de belangen van de volksgezondheid, veiligheid, de
milieuhygiëne of het aanzien van de gemeente;
indien aan de vergunning verboden voorschriften en beperkingen niet zijn of niet worden
nagekomen;
indien van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarvoor gestelde termijn, bij
gebreke daaraan, binnen een redelijke termijn;
indien de houder van de vergunning hierom verzoekt.
Hoofdstuk 6
Artikel 23
Intrekken of wijzigen van vergunning
Onderdeel van VERORDENING op de Binnenwateren voor de gemeente Den Haag