Deze verordening verstaat onder:
Binnenwateren:
alle wateren in de gemeente Den Haag, met uitzondering van de Haven van Scheveningen, de Passantenhaven Bierkade, de jachthaven De Vlietstreek en de Historische Haven aan het Zieken, de Fokkerhaven, de Poolsterhaven en het gedeelte van de Saturnuskade gelegen tussen de punten 137 meter en 187 meter gerekend vanaf de Melkwegstraat en gemeten langs de kademuur die, al dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn, alsmede de bijbehorende werken als kademuren, oevers, steigers, trappen, bruggen en andere kunstwerken in beheer en onderhoud bij de gemeente Den Haag;
Schipper:
degene die een schip voert, of degene die deze als zodanig vervangt en bij afwezigheid van beiden de eigenaar van het schip. Als schipper van een woon- of bedrijfsschip wordt aangemerkt de eigenaar van dat schip;
Ligplaats:
de plaats in het binnenwater die door een woon-, bedrijfsschip, drijvend terras, drijvend (horeca-) terras, recreatieschip of passantenschip bij verblijf in de binnenwateren kan worden ingenomen;
Schip:
elk vaartuig met inbegrip van een vaartuig zonder waterverplaatsing en een watervliegtuig, gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als middel van vervoer te water, alsmede elk drijvend werktuig en elke drijvende inrichting;
Woonschip:
een schip uitsluitend of hoofdzakelijk als woning gebruikt of tot woning bestemd;
Bedrijfsschip:
een schip, dat geheel of grotendeels wordt gebruikt ten behoeve van de uitoefening van een beroep of bedrijf;
Recreatieschip:
een schip, niet zijnde een zeilplank of waterscooter, uitsluitend bestemd en in gebruik voor recreatievaartdoeleinden en niet langer dan 12 meter;
Passantenschip:
een schip dat de gemeente Den Haag voor een periode van maximaal zeven dagen per kalenderjaar aandoet en daarbij ligplaats inneemt langs de aangewezen passantenvoorzieningen;
Bijboot:
een ongemotoriseerd schip behorende bij een woonschip/bedrijfsschip, zoals een roeiboot, kano en surfplank, in gebruik ten behoeve van het beheer en onderhoud van het schip waartoe het behoort en zonder welke het gebruik als woon- of bedrijfsschip niet goed mogelijk is;
Drijvend terras:
een schip of drijvende inrichting gebruikt als onoverdekt terras ten behoeve van een woonschip en passend binnen het ligplaatsenplan, waarvan de maximale breedte 5 m, de maximale lengte 20 m en de maximale diepgang 0,60 m bedraagt;
Drijvend horeca-terras:
een schip gebruikt als onoverdekt terras ten behoeve van een horeca-inrichting, als bedoeld in artikel 2:27, tweede lid, van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag, en passend binnen het ligplaatsenplan, waarvan de afmetingen maximaal 20 m lang, 5 meter breed en met een diepgang van 0,60 m bedragen en het totale oppervlak niet meer bedraagt dan 60m2;
Wijze van meten:
de in deze verordening genoemde maten worden uitwendig gemeten daar waar zij het grootst zijn. De hoogte wordt gemeten vanaf de waterlijn;
Verwaarloosd schip:
een schip waarvan het casco en/of de opbouw zodanig onvoldoende beschermd is tegen water- en weersinvloeden dat de instandhouding van het schip, casco en/of de opbouw, in gevaar komt;
Maatvoering:
in deze verordening wordt verstaan onder:
lengte schip: de afstand tussen voor- en achterkant van een schip over alles gemeten, inclusief eventuele aanbouwsels;
breedte schip: de afstand tussen de zijkanten van het schip, daarin begrepen gangboorden en eventuele aanbouwsels aan de zijkanten;
bouwhoogte schip: de afstand tussen de waterlijn en de bovenkant (dek, of dak) van het schip, masten en antennes en schoorstenen daaronder niet begrepen;
Ligplaatsenplan:
een door burgemeester en wethouders vastgesteld plan waarin de ligplaatsen met de ter plaatse geldende (on-)mogelijkheden en/of beperkingen tot het innemen van ligplaats zijn weergegeven en waarin het gebruik van de kadevakken wordt aangewezen.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van VERORDENING op de Binnenwateren voor de gemeente Den Haag