Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3

Toeslagen

Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen WWB 2012

1. De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt 20 procent van de gezinsnorm voor de alleenstaande of alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft; 2. De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt 10 procent van de gezinsnorm voor de alleenstaande of alleenstaande ouder in wiens woning één ander zijn hoofdverblijf heeft; 3. De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt 5 procent van de gezinsnorm voor de alleenstaande of alleenstaande ouder in wiens woning twee of meer anderen hun hoofdverblijf hebben. 4. Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen niet in aanmerking genomen als een ander waarmee kosten geheel of gedeeltelijk gedeeld kunnen worden: a. een meerderjarig studerend kind als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de wet; b. diegene die de zorgbehoevende alleenstaande of alleenstaande ouder verzorgt, danwel de inwonende verzorgingsbehoevende die door de alleenstaande of alleenstaande ouder wordt verzorgd, als bedoeld artikel 4, vijfde lid, van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel