Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Artikel 1

Onderdeel van Bomenverordening Lansingerland 2012

Begripsbepalingen Deze verordening verstaat onder: boom: een houtig opgaand gewas zowel levend als afgestorven met een stamomtrek van de stam van minimaal 25 centimeter op 1,3 meter hoogte vanaf het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam. houtopstand: één of meer bomen of boomvormers, of andere houtachtige gewassen, mogelijk onderdeel uitmakend van hakhout, een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken, een beplanting van bosplantsoen, een struweel of een heg. hakhout: in een hakhoutbos hebben de bomen één wortelstelsel met daarop verscheidene stammen. Dit komt omdat de scheuten regelmatig afgehakt worden, waarna de stronk weer uitschiet. houtwal:met bomen en struikgewas begroeide wal als perceelafscheiding. boomzone: begrensd gebied met houtopstanden die tezamen een functioneel geheel vormen. boomstructuur: lijnvormige beplanting van houtopstanden dat een functioneel geheel vormt. waardevolle houtopstand:bijzondere beschermwaardige publieke houtopstand met een bijzondere leeftijd, schoonheid- of zeldzaamheidswaarde of een bijzondere functie voor de omgeving en opgenomen op de door het college vastgestelde lijst met waardevolle houtopstanden. vellen:rooien; kappen; verplanten; dunnen; het snoeien van meer dan 30 procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van knotten en kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kan hebben. rooien:het geheel verwijderen van het boven- en ondergrondse deel van de houtopstand. kappen:het geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel van de houtopstand. dunnen: velling, welke uitsluitend als een verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand moet worden beschouwd. kandelaberen:het terugsnoeien van de kroon tot een hoofdstam met takstompen. boomwaarde:de monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen. Bomen Effect Analyse (BEA): een standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor houtopstand, op basis van landelijke richtlijnen van de Bomenstichting. bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet en vastgelegd op de kaart ‘Bebouwde komgrens inzake de Boswet, gemeente Lansingerland’. bevoegd gezag: het bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en bij ontbreken hiervan het college van burgemeester en wethouders. vergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). perceel: een bij het Kadaster als zodanig geregistreerd stuk grond, inclusief alle bebouwing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel