Het is verboden een gemeentelijk monument, als bedoeld in
artikel 1, onder a, sub 1, te beschadigen of te vernielen.
Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag:
een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1,
onder a, sub 1, af te breken, te verstoren, te
verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen;
een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1,
onder a, sub 1, te herstellen, te gebruiken of te laten
gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd
of in gevaar gebracht.
Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in het tweede
lid, gelden niet indien het college nadere regels stelt met
betrekking tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te worden
uitgevoerd.
Het bevoegd gezag verleent, met betrekking tot een monument met
een religieuze bestemming, geen vergunning als bedoeld in het
tweede lid, dan in overeenstemming met de eigenaar indien en
voor zover het een vergunning betreft, waarbij wezenlijke
belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het
geding zijn.
Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in het tweede
lid, is niet van toepassing indien deze activiteit betrekking
heeft op:
gewoon onderhoud, voor zover detaillering, profilering,
vormgeving, materiaalsoort en kleur niet wijzigen, en
bij een tuin, park of andere aanleg, de aanleg niet
wijzigt, of;
een activiteit die uitsluitend leidt tot inpandige
veranderingen van een onderdeel van het monument dat uit
het oogpunt van monumentenzorg geen waarde heeft;
verdere activiteiten zoals genoemd in Bijlage 2,
Hoofdstuk V, artikel 4a van het Besluit omgevingsrecht
(Bor).
Het college kan aan de vergunning voorschriften verbinden
betreffende de uitvoering en materiaaltoepassing.
Hoofdstuk 3.
Artikel 10.
Instandhoudingbepaling
Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Lopik 2012