**1..** Een aanvraag voor prestatiesubsidie wordt voor 1 mei van het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar bij het college ingediend.
**2..** Bij de indiening van de aanvraag worden overlegd:
een activiteitenplan met een doorkijk naar komende jaren;
een (meerjarige) begroting van de instelling, waarbij alle kosten en opbrengsten zoveel mogelijk aan de activiteit of cluster van activiteiten zijn toegerekend, inclusief personeelslasten en accommodatielasten;
een toelichting op de begroting bij aanzienlijke afwijkingen ten opzichte van de begroting van het jaar ervoor;
een afschrift van de statuten van de aanvrager;
een beschrijving van de organisatievorm voor zover deze niet reeds in de statuten is vervat;
een opgave van de bestuurssamenstelling;
een balans en een staat van inkomsten en uitgaven met een toelichting daarop van het jaar voorafgaand van het jaar waarin de aanvraag wordt gedaan;
(voor zover van toepassing) kascontrole of accountantsverklaring . Indien men in het jaar voorafgaand van het jaar waarin de aanvraag wordt gedaan een verklaring van een accountant moet inleveren bij de vaststelling, dient deze meegestuurd te worden bij de aanvraag;
(voor zover van toepassing) op reserves en voorzieningen (zie art. 9).
**3..** De in lid 2 onder d, e en f genoemde bescheiden dienen alleen bij de 1e aanvraag voor subsidie overlegd te worden. Bij de daarop volgende aanvragen, is het aangeven van wijzigingen in deze bescheiden voldoende.
**4..** Het college kan bepalen dat ook andere dan in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden, indien deze voor het beoordelen van de aanvraag van belang zijn, worden overlegd.
**5..** Het college kan met betrekking tot de in te dienen bescheiden aanwijzingen geven en modellen voorschrijven.