Naar hoofdinhoud

Artikel 12

Betaling canon

Onderdeel van Algemene erfpachtvoorwaarden registergoederen 1994

1.. De canon moet, zonder korting of compensatie, bij vooruitbetaling worden voldaan, voor het eerst bij aflevering over de periode vanaf de aflevering tot en met éénendertig december daaraanvolgende en vervolgens jaarlijks voor de zestiende januari over de periode van één januari tot en met éénendertig december van het betreffende jaar. 2.. Indien de betaling plaatsvindt op bank of girorekening van de gemeente is de valutering van de rekening van de gemeente bepalend voor de datum van betaling. 3.. Bij te late betaling is over de canon de wettelijke rente verschuldigd over de periode dat de betaling te laat is. 4.. Indien de erfpachter wordt gestoord door een vordering tot uitwinning of tot erkenning van een recht op de zaak dat daarop niet had mogen rusten, is de gemeente verplicht, voor zover de stoornis het genot belemmert van de erfpacht, gedurende die periode aan de erfpachter vermindering, kwijtschelding of teruggave te verlenen van dat deel van de canon hetwelk in verhouding staat tot de stoornis en het genot van de erfpacht. 5.. Indien, al dan niet met toepassing van het bepaalde in artikel 8 lid 2, de akte van vestiging wordt verleden na de in artikel 8 lid 1 bedoelde termijn, is de erfpachter over het tijdvak ingaande de dag waarop de akte van vestiging had moeten zijn verleden tot de dag van betaling van de canon, een vergoeding verschuldigd, gelijk aan de canon over deze periode, vermeerderd met de wettelijke rente daarover. De eventueel over deze vergoeding verschuldigde omzetbelasting is voor rekening van de erfpachter. 6.. Bij samenloop van de vergoeding, bedoeld in lid 1 juncto 3 en in lid 5 van dit artikel, is deze slechts één keer, en wel het hoogste bedrag, verschuldigd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel