Naar hoofdinhoud

Artikel 15

Opzegging

Onderdeel van Algemene erfpachtvoorwaarden registergoederen 1994

1.. De erfpacht kan door de erfpachter niet worden opgezegd. 2.. De erfpacht kan door de gemeente worden opgezegd: indien de erfpachter in verzuim is de canon over twee achtereenvolgende jaren te betalen; indien de erfpachter in verzuim is met de nakoming van zijn bouwplicht, hierna in artikel 28 vermeld, binnen de in dat artikel vermelde termijnen; indien de erfpachter in ernstige mate tekortschiet in de nakoming van zijn andere verplichtingen; om redenen van algemeen belang. 3.. Voordat een besluit tot opzegging op grond van het in dit artikel in lid 2 onder a, b en c gestelde wordt genomen, worden de erfpachter en de ingeschreven hypotheekhouder(s), overige beperkt gerechtigden en beslagleggers in de gelegenheid gesteld om binnen een door het college te bepalen termijn van tenminste twee en ten hoogste vier maanden alsnog de grond voor opzegging weg te nemen. 4.. Iedere opzegging geschiedt bij exploit. Zij geschiedt tenminste één maand voor het tijdstip waartegen wordt opgezegd, doch in het geval de opzegging geschiedt op grond van het in dit artikel lid 2 onder b en d bepaalde ten minste een jaar voor dat tijdstip. 5.. De opzegging moet op straffe van nietigheid binnen acht dagen worden betekend aan degenen die als beperkt gerechtigde of beslaglegger op de erfpacht in de openbare registers staan ingeschreven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel