Naar hoofdinhoud

Artikel 35

Boetebepaling

Onderdeel van Algemene erfpachtvoorwaarden registergoederen 1994

Bij niet-nakoming en of overtreding van enige verplichting, voortvloeiende uit de overeenkomst, het vestigingsbesluit, de algemene voorwaarden en/of de akte van vestiging, verbeurt de erfpachter - zonodig na ingebrekestelling, na verloop van de in die ingebrekestelling bepaalde termijn en voorzover elders niet anders bepaald - ten behoeve van de gemeente een onmiddellijk opeisbare boete van twintig procent (20%) van de verkoopwaarde op het moment van de overtreding of niet-nakoming, met een minimum van vijfentwintigduizend gulden (f. 25.000,--), alsmede een bedrag van eenhonderd gulden (f. 100,--) per dag dat de overtreding of niet-nakoming voortduurt, onverminderd het recht van de gemeente om vergoeding van de hierdoor geleden schade te vorderen.

Rechtspraak bij dit artikel