Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2010

1.. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvangvan de belastingplicht. 2.. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, dan wel het aantal honden in de loopvan het belastingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting ter zake vanhet toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaarverschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk detoename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in deloop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfdegedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van debelastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaandenoverblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 2,25. 4.. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. 5.. Voor de toepassing van het onder het vierde lid bepaalde wordt het totaal van de op éénaanslagbiljet verenigde aanslagen hondenbelastingen of andere heffingen aangemerkt als éénbelastingaanslag.

Rechtspraak bij dit artikel