Het college informeert de raad door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over de eerste vier (1e tussentijdse rapportage; 1e turap) en de eerste acht maanden (2e tussentijdse rapportage; 2e turap) van het lopende begrotingsjaar. De 1e turap wordt geïntegreerd met de nota als bedoeld in artikel 3a, lid 1. De 2e turap wordt geïntegreerd met de begroting.
De tussentijdse rapportages bevatten een uiteenzetting over de uitvoering en de bijstelling van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van:
De baten en lasten per programma;
Het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen;
Het resultaat voor bestemming volgend uit de onderdelen a en b;
De (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma;
Het resultaat na bestemming, volgend uit de onderdelen c en d, alsmede een realisatie en raming van de productenrealisatie en de realisatie en raming van de uitputting van de investeringskredieten;
De risicoparagraaf (inclusief de effecten op het gemeentelijk weerstandsvermogen).
In de 1e tussentijdse rapportage worden verwachte afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten en investeringskredieten in de begroting groter dan € 40.000 toegelicht. Met de 2e tussentijdse rapportage worden verwachte afwijkingen groter dan € 20.000 toegelicht.
3. Financieel beleid